Dupuy & Berberian : biografie

Het duo Dupuy & Berberian groeide in de voorbije twee decennia uit tot de absolute top van de Franse strip-wereld. De door hen vertelde verhalen baden in een alledaagse, maar tegelijk ook uiterst verfrissende sfeer, die door een heldere lijnvoering op een prachtige manier in beelden gevat wordt. Het beeldverhaal is voor Dupuy & Berberian een expliciete keuze, maar dit blijkt allerminst beperkend te werken: ook als illustratoren zijn zij gevestigde waarden.
Philippe Dupuy (°15 december 1960, Frankrijk) en Charles Berberian (°28 mei 1959, Irak) ontmoeten elkaar in het begin van de jaren '80, als er in Parijs een nieuwe wind waait door het medium van het beeldverhaal. Onder de vleugels van de Franse grootmeesters Chaland, Ted Benoît en François Avril bundelen ze al snel hun talenten, en dit zowel wat het tekenen als wat het scenario betreft - een zelden geziene taakverdeling. Een van hun eerste gemeen-schappelijke projecten bestaat uit een hommage aan Hergé in het fanzine Band’à Part. Hun eigen signatuur staat voortaan ten dienste van elkaar.

Hun eerste gemeenschappelijke verhalen worden samengebracht in het album Les héros ne meurent jamais. In 1984 verschijnen ze voor het eerst in het het tijdschrift Fluïde Glacial.Nog in het hetzelfde jaar ligt het eerste deel van hun eerste succesreeks, Le Journal d'Henriette (later kortweg Henriette) in de rekken. De uitgeverij van dienst is niemand minder dan het prestigieuze Les Humanoïdes Associés. Van bij het begin van deze reeks valt de typerende eerlijke en ontwapenende toon op waarmee de ontboezemingen van een bitter, verlegen en gecomplexeerd pubermeisje verteld worden. Twee jaar later publiceren ze bij Michel Lagarde Chantal Thomas, een portfolio.
In 1990 verschijnt l’Amour, la conciërge, het eerste album van Monsieur Jean, een topreeks die terecht veelvuldig bekroond werd, o.a. nog in 1999 op het stripfestival van Angoulême. Het hoofd-personage en zijn leefwereld sluiten hier nauw aan bij de auteurs zelf. Monsieur Jean dompelt je als lezer onder in de dagdagelijkse bezigheden van een dertiger, een schrijver nota bene, en diensprobleempjes, twijfels en stil geluk. Ook grafisch groeien Dupuy & Berberian in deze reeks naar een absoluut hoogtepunt. Naast deze uiterst verzorgde en doordachte stripreeksen in kleur publiceren Dupuy & Berberian ook bij de eigenzinnige uitgeverij L'Association. Spontaniteit is hierbij het sleutelwoord. Op die manier verschijnt o.a. het biografische meesterwerk Le journal d'un album. Bij een andere Parijse uitgeverij, Cornelius, verschijnen de getekende reisverslagen New York Carnets en Barcelone Carnets. Van Monsieur Jean verschenen ondertusssen 5 delen.Rond dezelfde personages uit deze reeks ontstond ook het ontwapenende La théorie des gens seuls. Naar verhalen van Anne Rozenblat verschenen ook de geïllustreerde werken Tout n’est pas rose, 21 vices en Le petit garçon qui n’existait pas.
Ondanks het feit dat het overgrote deel van hun aandacht naar de strip uitgaat, werken Dupuy & Berberian als illustratoren mee aan tal van uiteenlopende projecten. Zo verzorgden zij onder meer reclame-werk voor Canal + en de wijnketen Nicolas en maken ze illustraties voor The New Yorker. Ze verzorgen ook de grafiek van verschillende CD’s. Door de eenvoudige en doeltreffende grafiek en vooral door de unieke toon van hun verhalen waarin humor en tederheid samengaan, hebben Philippe Dupuy en Charles Berberian een terechte plaats verworven tussen de Grote Meesters van het Franse beeldverhaal. Met geplande vertalingen van hun werk door de Canadese kwaliteitsuitgeverij Drawn & Quarterly en zeer regelmatig verschijnende illustraties voor The New Yorker lijkt een volledige doorbraak in de Angelsaksische wereld zeer dichtbij.